Utrecht Religie Forum

Blogs en video's

Ik zie, ik zie wat jij niet ziet: Religie en nationalisme in Utrecht

Inleiding: religieus nationalisme

Religie en nationalisme zijn hot. Strijdkreten over christenen die moeten opstaan voor de traditionele waarden van een land zijn net zo hard te horen als de slogans van hindoenationalisten in India of de stem van Joods nationalisme binnen en buiten het land Israel, om waar wat voorbeelden te noemen. Dat is natuurlijk niet voor het eerst. Slogans als voor ‘troon en altaar’ of voor ‘God en vaderland’ gaan lang terug in de tijd en kennen allerlei varianten. Vaak hebben ze twee gezichten. Christelijk nationalisme kan heel problematisch zijn maar kan ook emanciperend werken. Hindoenationalisme kan heel uitsluitend zijn maar speelde ook een rol bij het afwerpen van het Britse koloniale juk. En Joods nationalisme (vaak ‘zionisme’ genoemd) heeft in veel varianten een bepaald problematisch gezicht maar is als emanciperende reactie op antisemitisme ook een positieve kracht.

De Domkerk

Deze opsomming laat ook zien dat de vraag vaak niet eens is of er een verband is tussen nationalisme en religie, maar welke band tussen welke vorm van religie en welke vorm van nationalisme. Dat maakt het gesprek hierover complexer en interessanter tegelijkertijd. Bovendien kom je in Utrecht allerlei uitingen van de relatie tussen religie en natie (of staat) tegen. Zodra je de Domkerk binnenloopt, bijvoorbeeld, zul je in het hoogkoor, in de middeleeuwen de heiligste plek van de kerk, het graf van een zeeheld zien liggen. Het brengt je op de gedachte dat kerk en nationale zelfverdediging een tijdlang blijkbaar erg samenvielen. Dat een kerk in Zuilen de ‘Oranjekapel’ (eerder: ‘Oranjekerk’) heet, past bij dit beeld. Kerk en natie gaan hand in hand – in dit geval: de Hervormde Kerk en de Nederlandse natie.

Deze combinatie van geloof en nationalisme kun je mooi vinden. Het kan ook heel problematisch zijn: want wat als je geen Nederlander of hervormde christen bent, tel je dan nog wel mee? En hoe ga je om met andere landen of andere kerken? In de jaren ’20 en ’30 van de vorige eeuw was hier een heftige discussie over, zowel in Nederland als ook over de grens, in Duitsland, waar de nationaalsocialisten in deze periode aan de macht kwamen. Betekende christen zijn automatisch dat je je identificeerde met de regering van je land? En dat je je dus tegen andere landen en mensen moest afzetten wanneer je regering dat ook deed? Het leek voor de één logisch, voor de ander was het ondenkbaar en waren er andere wegen nodig.

Het standbeeld van Willibrord

In Utrecht staat nu, op het Janskerkhof, letterlijk een teken van zo’n andere weg. Het is het grote ruiterstandbeeld van Willibrord, de Britse monnik die vanaf het einde van de 7de eeuw het christendom naar Nederland bracht en in Utrecht zijn thuisbasis had. Hij overleed in 739 en in 1939 werd hij groots herdacht en werd opdracht gegeven tot dit beeld. Het werd pas na de oorlog geplaatst, maar de gedachte erachter is van belang. Net zoals de drijvende kracht achter de Willibrordviering van 1939, de Utrechtse pastoor en bisschop Engelbertus Lagerwey, laat het beeld zien dat het christendom iets internationaals en niet iets nationaals is. Willibrord kwam immers niet uit Nederland maar uit Engeland. Bovendien stierf hij in wat nu Luxemburg is en waren ook al zijn metgezellen, ook missionarissen, geen Nederlanders. Voor de viering in 1939 waren dan ook zowel Duitse als Engelse gasten uitgenodigd, al konden ze niet allemaal komen.

Het Willibrordstandbeeld op het Janskerkhof is zo meer dan een stukje stadsmeubilair. Het herinnert eraan dat religie, ook het christendom, internationaal kan verbinden, en iedere vorm van nationalisme sterk kan relativeren. Het standbeeld lijkt te zeggen: ‘Je mag dan wel zelfbewust Nederlander zijn maar wanneer je je met Christus verbindt, verbind je je met een internationale gemeenschap die ieder nationalisme te boven gaat.’ Maar dat moet je wel weten om het te kunnen zien als je langs het beeld loopt of fietst. Religiegeschiedenis van Utrecht is zoiets als ‘ik zie, ik zie, wat jij niet ziet’, achter stenen en in standbeelden zitten verrassende boodschappen verborgen.

Peter-Ben Smit