Blogs en video's
Oude Romeinen en Nieuw-Nederlandse koloniale utopieën in de zeventiende eeuw
In 1623 werd in Amsterdam een boekje gepubliceerd waarin twee illustere oude Romeinen, Scipio Africanus en Fabius Maximus, een debat voeren. Scipio Africanus is een bekend historisch figuur: hij verdreef rond 200 voor Christus Hannibal en de Carthagers uit Italië, waardoor de Romeinse Republiek op het nippertje overleefde. Het debat tussen Scipio en Fabius Maximus is ook bekend: de historicus Livius schreef er namelijk over in zijn geschiedenis van Rome. Tijdens dat debat beargumenteerde Scipio dat Italië enkel te redden viel door de Carthagers aan te vallen op hun eigen grondgebied, en zo geschiedde.
Modern vraagstuk
Lezers van het boekje uit 1623 weten dus waarop ze zich kunnen verheugen. Of toch niet? Scipio opent hier namelijk als volgt: “Beste senatoren, ik heb me vaak het hoofd gebroken over welke strategie we moeten volgen om de Spanjaarden uit de Nederlanden te verjagen.” De twee Romeinen buigen zich hier dus niet over een oud, maar over een modern vraagstuk. Scipio beschrijft hoe de opstand tegen Spanje na 57 jaar nog steeds geen doorbraak kent. Hij stelt voor om zijn eigen kunststuk opnieuw toe te passen: de defensieve oorlog moet offensief worden en toeslaan in het Spaanse hartland. Merk op dat in dit geval de Nederlandse Republiek in de schoenen staat van de Romeinen. De Habsburgers, die zichzelf graag als opvolgers van de Romeinse keizers zagen, krijgen daarentegen de rol van Carthagers.
Een verdere verrassing wacht de lezer, want het offensief dat Scipio voorstelt is niet gericht tegen Spanje zelf, maar tegen “Amerika, Potosi, en Mexico, in West-Indië gelegen”, dus tegen de Spaanse kolonies. Dat is waar het echte machtscentrum van de Spanjaarden ligt, aangezien daar al het zilver en goud vandaan komt.
Ook vandaag de dag verwijzen politiek strategen of would-be strategen op internetfora nog graag naar de militaire, politieke en filosofische voorbeelden van de Romeinen. Door te leren van het Romeinse Rijk, hopen ze het te laten herleven in een modern imperium. Dit was in de zeventiende eeuw niet anders, zelfs niet als het ging over zaken waar de Romeinen beduidend minder ervaring mee hadden, zoals de kolonisatie van een continent dat zich op enkele maanden reistijd bevond.
Koloniaal model
De auteur van dit boekje is Willem Usselincx, een koopman afkomstig uit Antwerpen. Hij had ruime ervaring opgedaan als handelsagent in Iberië en op de Azoren, voordat hij zich in Amsterdam vestigde. Al in 1600 begon hij te pleiten voor de stichting van overzeese koloniën. Die zouden moeten dienen als strategisch middel voor de opstandige Nederlandse provincies om de Spaanse macht te verzwakken. Dit was rond de tijd dat de Verenigde Oost-Indische Compagnie werd opgericht. Usselincx stond echter een heel ander koloniaal model voor dan dat van handelsposten die vooral het commerciële monopolie en de winsten van de VOC moesten waarborgen. Hij fantaseerde over Nederlandse landbouwkolonies die zouden gevuld worden met Nederlandse kolonisten. Om anderen te overtuigen van zijn visie, haalde hij de Romeinen erbij.
Het Romeinse koloniale model was volgens Usselincx (en andere denkers uit die tijd) superieur. De reden hiervoor was dat het de oplossing bood voor zowat alle problemen van de hele samenleving. Ten eerste, militair: door Spaanse kolonies aan te vallen en Nederlandse te stichten, worden de Spanjaarden gedwongen om zich terug te trekken uit de Republiek. Verder, sociaal: er bevinden zich te veel mensen in Nederland, waardoor er geen plek is voor hen. (Scipio wijt dit aan het opheffen van katholieke kloosters, waardoor al die voormalige kloosterlingen gezinnen stichten.) Vervolgens, economisch: door mensen naar kolonies te sturen, kunnen zij van armlastige bedelaars veranderd worden in productieve landbouwers. Dit komt dan weer de economie ten goede, aangezien al die landbouwers goederen produceren. Dat doet de handel opleven.
Tenslotte is er het religieuze element: de gereformeerde religie had er uiteraard baat bij de katholieke Spanjaarden een hak te zetten. Daarnaast dacht Scipio/ Usselincx ook dat zijn koloniale model een betere strategie bood om inheemse bevolking te bekeren. Scipio beveelt de Romeinse strategie aan van het tot bondgenoten maken van overwonnenen. (Dit was echter een strategie die de Romeinen zeker niet overal toepasten.) Usselincx zag de Amerikanen in Nieuw-Nederland als potentiële partners in een bloeiende, zelfvoorzienende nederzetting. In deze nieuwe kolonie zou de vrije arbeid van deze inheemse bekeerlingen, in tegenstelling tot de uitbuitingssystemen van het Spaanse en Portugese imperialisme, de productiviteit en groei stimuleren.
Utopische fantasie
Zo creëerde Usselincx een utopische fantasie. Hierin bood het vestigen van kolonies één totaaloplossing voor militaire, sociale, economische en religieuze problemen. Van het project kwam echter niets terecht: het botste namelijk met de belangen van de Nederlandse handelselite. Die elite spiegelde zich graag aan het roemruchte Romeinse Rijk. Ze schrok er echter voor terug om hun winstmarge in gevaar te brengen door het handelsmonopolie open te stellen. Scipio kreeg deze keer geen gelijk.
Dinah Wouters is universitair docent in het Departement Filosofie en Religiewetenschap van de Universiteit Utrecht.
Afbeelding: Landschap in Nederlands-Brazilië. Frans Jansz. Post, 1652. https://id.rijksmuseum.nl/200109785 (publiek domein)