Logo Universiteit Utrecht

Utrecht Religie Forum

Blogs en video's

Spaar ze allemaal!

Kinderbijbels zijn een typisch negentiende-eeuws product. En dat is eigenlijk raar. Religieuze opvoeding bestond toch ook voor 1800. Hoe pakten ze dat toen dan aan?

Voor Luther, en voor vrijwel alle protestanten na hem, was de Bijbel de enige bron voor het ware geloof. Maar de Bijbel is een ingewikkeld oud boek. Er zitten saaie, spannende en mysterieuze stukken in, maar je kunt niet makkelijk opzoeken hoe een goede gelovige te worden.

Op scholen werd daarom vanaf de zestiende eeuw massaal een leerboekje onderwezen, de catechismus. Die was bedoeld als een korte samenvatting van wat je ‘eigenlijk’ moest weten. Voor de echt nieuwsgierige lezertjes waren er uitgebreidere handleidingen die lieten zien waar dat dan in de Bijbel stond.

Ondertussen werd wel geprobeerd de Bijbel zelf toegankelijker te maken. Een Amsterdamse boekhandelaar had daarvoor een slim idee. Hij ontwierp een hebbeding. Uiteraard wilde hij aan zijn product ook een goede boterham verdienen. Hij noemde het daarom bijbelalmanak.

Almanakken hadden in die tijd een bedenkelijke reputatie. Het waren handige kleine boekjes met nuttige informatie, zoals horoscopen, kalenders waarop je kon zien wanneer het waar kermis was, en de dienstregeling van trekschuiten. Vaak stonden er ook platte grappen en pikante anekdotes in. Kerkelijke autoriteiten vonden die regelmatig te ver gaan.

Pieter Entrop wilde de Bijbel net zo aantrekkelijk maken als de almanakken — maar zonder schunnigheden. Goed opgevoede mensen konden de Bijbel niet genoeg lezen, vond hij. Hij bood ‘bijbelminnaars’ en vooral ‘de jeugd’ daarvoor een hulpmiddel dat leerzaam, maar vooral ook onderhoudend wilde zijn.

Het hart van zijn almanak was een soort dienstregeling, een kalender om de bijbel letterlijk behapbaar te maken. Hij deelde de tekst zo in dat je er in een jaar doorheen kon komen. Om de lectuur ook te veraangenamen voegde hij katerntjes toe met plaatjes, rijmpjes en wetenswaardigheden.

Net als de traditionele almanakken waren zijn boekjes heel klein. Hij gaf ze een mooie titelpagina. Naast een gedeelte met de gebruikelijke nuttige informatie over trekschuiten en kermissen bevatten ze zijn leeskalender voor de Bijbel. De slimmigheid zat hem in de plaatjes, rijmpjes en wetenswaardigheden. Die verschenen in jaarlijkse afleveringen. Hij wilde dat de bijbelminnaars voor zichzelf en voor hun kinderen elk jaar opnieuw zijn boekje zouden aanschaffen.

Het lijkt erop dat hij de markt goed ingeschat had. Zijn bijbelalmanak verscheen van 1765 tot zijn dood in 1772. Daarna zette zijn weduwe Agatha van Berghem de serie voort totdat ook zij overleed. Een collega-boekhandelaar, ene Harmanus Keyzer, nam het stokje over en hield dat vol tot 1794.

Wie de miniboekjes doorbladert herkent daarin niet direct een kinderbijbel, of zelfs maar een kinderboek zoals wij dat nu kennen. Wie ze allemaal gespaard had, was de trotse bezitter van onder andere een prentbijbel en een aardrijkskundig woordenboek van de Bijbel — van Abdon tot Zoutstad. Dat zijn eerder schoolboekjes dan leesboekjes.

Moderne kinderboeken, boeken die kinderen en jongeren voor hun plezier lezen, ontwikkelden zich pas gaandeweg, precies in de periode waarin de serie bijbelalmanakken verscheen. In de latere afleveringen zien we gaandeweg modernere leesstof voor kinderen verschijnen, zoals fabels.

De vraag naar het ontstaan van kinderbijbels leidt zo vanzelf naar vragen over kinderboeken in het algemeen en naar de vraag wat jongeren in het verleden in hun opvoeding meekregen van religie. De bijbelalmanak doet vermoeden dat religieuze opvoeding in de loop van de tijd nogal veranderd is.

 

Wordt vervolgd.

 

Joke Spaans is universitair hoofddocent voor de geschiedenis van het christendom. Zij onderzoekt liefst hoe religie in het verleden beleefd werd, vooral in Nederland. Zij geeft een bachelorcursus over jeugdcultuur in de Gouden Eeuw, samen met docenten van de opleiding Nederlands. Dat is nog betrekkelijk onontgonnen terrein. Wie graag meedenkt kan haar mailen met vragen of opmerkingen: j.w.spaans@uu.nl