Logo Universiteit Utrecht

Utrecht Religie Forum

Blogs en video's

Religieuze objecten in museale collecties

In Nederland is recent een brede discussie op gang gekomen over de herkomst van en de omgang met museale objecten uit voormalige koloniën. Een recent advies van de Adviescommissie Nationaal Beleidskader Koloniale Collecties, in opdracht van OCW en onder leiding van Lilian Gonçalves-Ho Kang You bepleit de onvoorwaardelijke teruggave van koloniaal roofgoed. Ook vindt de commissie dat het hoog tijd is voor Nederland om verantwoordelijkheid te nemen voor zijn koloniaal verleden. Onderzoek naar de wijze waarop koloniale collecties tot stand kwamen biedt hiervoor een uitermate geschikte invalshoek. Objecten kunnen een verhaal vertellen over al die transacties die zij op de weg van hun originele gebruikers naar het depot van een museum hebben doorlopen. Musea zijn volop bezig met het reconstrueren van die verhalen, die ons veel kunnen leren over een gedeeld koloniaal verleden, dat heel verschillend uitpakt voor mensen in Nederland enerzijds en in de voormalige koloniën anderzijds.

Christelijke missie

Het buitmaken van waardevolle spullen via roof en dwang is uiteraard niet de enige manier waarop objecten in koloniale collecties terecht kwamen. Een categorie die tot nu toe relatief onderbelicht is gebleven betreft religieuze objecten, die via missie en zending naar Nederland en andere landen in Europa zijn gekomen. Een nadere focus op deze objecten kan een aspect van kolonisering ontsluiten dat tegenwoordig, mede vanwege de voortschrijdende ontkerkelijking, haast vergeten is: de activiteiten van uit Europa afkomstige zendelingen en missionarissen in koloniale gebieden, met het doel om de ‘heidenen’ aldaar tot het christendom te bekeren. Dit impliceerde het houden van preken waarin de inheemse religies als fout of zelfs als duivels werden afgeschilderd. Bekeerlingen werden geacht om – hoe moeilijk dat voor hen ook was – als krachtig ervaren spullen zoals amuletten, voorouderbeelden en beelden van goden op te geven. De afgedankte objecten die doelwit waren van dit christelijk geïnspireerde iconoclasme werden vernietigd. Maar enkele werden door zending en missie verzameld en naar Europa verscheept, waar zij aan een breed publiek werden getoond om het succes van de verspreiding van het christelijke geloof aan te tonen.

In een recent onderzoeksproject waar ik aan deelneem komt dit soort objecten pontificaal in beeld als getuigen die ons kunnen helpen om de complexe verstrengeling van kolonialisme, christendom en inheemse cultuur beter te begrijpen. Daarbij is het essentieel om precies na te gaan hoe de objecten in deze collecties in de loop van hun traject van hun originele eigenaars naar het museum telkens weer werden geherdefinieerd en hoe deze verschillende definities en de daarmee verbonden waarderingen van hetzelfde object – van krachtobject naar “afgod” naar “etnografica” of “kunst” naar “cultureel erfgoed” – zich tot elkaar verhouden en met elkaar botsen.

Ewe-objecten

Een voorbeeld om dit te illustreren is de collectie van legba-beelden, amuletten en toversnoeren (dzokawo) in het Überseemuseum Bremen, Duitsland. Deze objecten werden verzameld door zendelingen van de Norddeutsche Missionsgesellschaft, die tussen 1847 en 1918 onder het Ewe-volk in het huidige Ghana en Togo actief was. Volgens de zendelingen stonden de Ewe onder het gezag van de duivel en moesten ze van dat juk worden bevrijd. Ze waren fel gekant tegen het belang dat de Ewe hechtten aan materiële objecten, zoals beelden, amuletten en toversnoeren. De naar Bremen verscheepte objecten werden gebruikt om een ‘primitieve’ vorm van religie te representeren, en waren als zodanig inzet van onderzoek en exposities. Veel objecten liggen al meer dan 100 jaar in het depot.

In een poging het verhaal dat deze objecten in zich bergen te ontsluiten heb ik begin januari in Ghana samen met mijn promovendus Angelantonio Grossi met de Ewe priester Christoper Voncujovi aan de hand van foto’s over deze objecten gesproken. We hoorden veel over het huidige gebruik van soortgelijke objecten, dat ondanks het enorme succes van het christendom, nog steeds – zij het vaak in het geheim – doorgaat. Wat mij vooral trof was dat Voncujovi ervan overtuigd was dat het hier niet louter om zielloze, dode objecten zou gaan, maar dat er leven in zou zitten. Volgens hem hadden de geesten de objecten in hun traject van de Ewe aan de Westafrikaanse kust naar Europa niet verlaten. Die geesten hadden waarschijnlijk honger en het museum zou er goed aan doen om eindelijk in contact met hen te treden, in plaats van louter de materiële omhulsels te conserveren: een botsing tussen twee verschillende logica’s – die van de traditionele religie en die van het seculiere museum – met betrekking tot een en hetzelfde ding.

Erkenning

Het gesprek met Voncujovi bepaalde mij erbij dat objecten in een koloniale collectie vanuit het perspectief van de originele gebruikers een volstrekt andere status, betekenis en waarde kunnen hebben dan de huidige museale. Saillant is dat ook veel Ewe-christenen deze objecten in het kielzog van missie en zending weliswaar als tekenen van afgoderij beschouwen, maar juist daarmee de aanwezigheid van – in hun ogen boze – geesten in die objecten erkennen. Juist daarom zien zij die objecten, ook als zijn ze tentoongesteld in een museum, als potentieel gevaarlijk. Een eerste stap in het ontsluiten van door missie en zending bijeengebrachte objecten is de erkenning van de kracht die aan objecten wordt toegekend door de nazaten van zowel de originele gebruikers als ook van de eerste christenen die er niets meer mee van doen wilden hebben. Zo biedt het speuren naar het traject van objecten die aan het christelijk iconoclasme zijn ontsnapt en naar Europa zijn gekomen een onverwacht inzicht in de co-existentie van met elkaar botsende waarderingen en betekenissen, die de seculiere museale raming van dit type objecten als etnografische objecten of inheems cultureel erfgoed uit haar voegen doet barsten.

Birgit Meyer is hoogleraar religiewetenschap en heeft langdurig onderzoek gedaan naar religie en Afrika. Zij geeft leiding aan het onderzoeksprogramma “Religious Matters in an Entangled World” (www.religiousmatters.nl).

Foto: legbafiguren, public depot, Überseemuseum Bremen (Birgit Meyer)