Utrecht Religie Forum

Blogs en video's

Tekst in Tijden van ChatGP

We maken een revolutie mee met de opkomst van door Artifical Intelligence gegeneerde teksten. De impact daarvan op onze cultuur, wetenschap, media en politiek wordt geleidelijk aan zichtbaar, al is zeker niet alles te overzien. Verontrusting over het verdwijnen van het boek en klachten over zogenaamde ‘ontlezing’ zijn een constante geworden in de kritiek op de huidige cultuur.

Geheugenverlies

De literatuurwetenschapper George Steiner klaagde al in de jaren tachtig over cultureel geheugenverlies: wie kende nou nog de verwijzingen in TS Elliot’s gedicht Waste Land, of de theologie achter Dantes Inferno?  Ook huisbibliotheken zijn geen vanzelfsprekendheid meer. Met de online wereld in de jaren negentig, en sociale media zoals Twitter (nu: X), of Whatsapp in onze tijd verschuiven ook de vorm, functie, en betekenis van ‘tekst’. Jarenlang werd tekst gedefinieerd door vormdragers als de brief, het boek, de krant of het tijdschrift. Nu verschijnt ze in korte, snel veranderende of oncontroleerbaar gegenereerde digitale vormen. Taalkundigen nemen fascinerende verschuivingen waar in taalgebruik en genres, gecodeerd door emoticons, chattaal, of uitingen die zich loszingen van de formele taalregels. Ook het lezen verschuift: Nederland lijdt nu officieel aan teruglopende leesvaardigheid, de politiek prioriteert nu taalverwerving op basis en middelbaar onderwijs. Tekenen van onze tijd?

Het belang van het boek

In het zeer lezenswaardige Power of Reading voerde de Amerikaanse socioloog Frank Furedi in 2015 een krachtig pleidooi tegen degenen die het boek zien als een verdwijnende cultuur. Hij toont aan hoe de ‘crisis van het boek’ samenhangt met teleurstelling in de beloften van Verlichting en vooruitgang. Maar de omhelzing van de digitale wereld of AI vindt hij problematisch omdat hierin ‘informatie’ met kennis wordt verwisseld. Dat geldt ook voor de ‘canon’. De canon is een officieel vastgestelde lijst van belangrijke teksten die als gezaghebbend worden gezien. Deze wordt vanuit zogenaamde ‘postkoloniale kritiek’ ontmanteld als westerse, witte, mannelijke. kapitalistische of protestants-christelijke dominantie. Die kritiek is niet onterecht maar dreigt voorbij te gaan aan het fenomeen dat iedere cultuur of positie wel een impliciete canon hanteert. Kritiek verwordt dan al snel tot ideologie. Boeken en canons fungeren bovendien alleen in een cultuur waarin actief wordt gelezen en gedebatteerd, en waar bovendien het debat de autoriteit bekritiseert. Lezen wordt hierin naast kennisverwerving het vermogen om je in te leven in denk- en wereldbeelden die niet per sé samenvallen met die van jezelf. Dat vereist aandacht, concentratie en vooral geduld. Niettemin, is dit dan het zoveelste pleidooi voor het boek? Furedi’s argument dat het boek als drager van tekst stabieler en duurzamer is dan digitale teksten is sterk. Digitale teksten zijn in toenemende mate afhankelijk van bedrijven, gekoppeld aan politieke macht en kwetsbaar voor digitale hacks of acuut dataverlies. Maar hij wijst ook op de historische ontwikkeling van lezen, en dat roept de vraag op: wat is eigenlijk een tekst?

Teksten

Plato, bijvoorbeeld, was niet bepaald positief over geschreven teksten. Het beroep dat sofisten deden op teksten achtte hij vals en geschreven wijsheid zette hij weg als snobistisch. Hij liet Socrates vertellen dat schrijven een uitvinding was van de Egyptische God Thot, als een hulpje bij het geheugen. Maar, zo stelde hij, citeren van gestold geheugen is niet hetzelfde als kennis. En teksten kunnen dan ook voor ieder oogmerk worden aangehaald of misbruikt. Ware kennis is ‘een betoog dat, met kennis, is geschreven in de ziel van de leerling’ (Faidros, 275A), de vrucht van een uitwisseling met de levende stem van de leraar.

De Franse filosoof Paul Ricoeur is positiever over teksten, maar benadrukt dat pas wanneer je je een tekst eigen maakt, de tekst zich onthult als communicatie en betekenis. Frappant: de voorkeur voor mondelinge boven geschreven tekst vindt gehoor in religies die bekend staan als ‘religies van het boek’: jodendom, christendom, en islam. De term ‘religies van het boek’ komt overigens uit de islam. Met deze term beschouwt de islam zichzelf als enige ‘religie’ en het jodendom en christendom als ketterijen die de aan hun geopenbaarde teksten zouden hebben veranderd.

Dat retorische argument zien we ook al bij Augustinus verschijnen, in zijn visie op het Oude Testament. Hij beschrijft Joden als ‘erfdragers’ van het Oude Verbond, maar verwijt hen dat ze de tekst verkeerd lezen omdat ze blind zouden zijn voor haar eigenlijke betekenis. Volgens Augustinus vindt de ‘oude tekst’ haar vervulling in Christus zoals die te vinden is in de tekst van het Nieuwe Testament. Deze kritiek gaat trouwens voorbij aan de manier waarop teksten in het rabbijns jodendom daadwerkelijk worden gelezen. Daar wordt ‘Tora’ gezien als een tweeledige openbaring: er is een geschreven tekst op perkamenten rollen, die wekelijks wordt gelezen in de liturgie. Maar die tekst op zichzelf is nog geen kennis. Die vormt zich pas in de ‘mondelinge Tora’. Dit is een dynamiek van studie en debat en is daarmee een tekst die niet beperkt is tot een canonieke tekstvorm zoals de Talmoed.

Lezen en leren

Frappant is dat al deze religies een waardering voor tekst als geschreven boodschap verbinden met tekst als een praktijk: de tekst faciliteert die. De Koran, letterlijk ‘oplezing’, is een voor te lezen tekst (Q 76:23) en alleen moslims mogen die uitvoeren omdat zij de geloofsbelijdenis delen die de betekenis van de tekst bepaalt. Bij Augustinus is de Bijbeltekst niet de ‘letter’ maar de ‘geest’, een verinnerlijkte tekst met historische, allegorische of theologische betekenis. De Talmoed, als compendium van rabbijnse tradities, wordt hardop gelezen en gememoriseerd. In die dynamiek, zo betoogt Daniel Boyarin in zijn Socrates and the Fat Rabbis (2009) laten de rabbijnen verwantschap zien met de Platoonse voorkeur voor het leerproces.

Conclusie: tekst en kennis

Tekst als drager van informatie is nog geen tekst als kennis. Tekst verschijnt ook niet als geheugensteun of als erfgoed, maar als hulpmiddel bij het actief verwerven van betekenis. Tekst wordt dankzij intens lezen, reciteren, of debatteren tot actief bewustzijn van wie we zijn, wat we mogen of moeten doen, en waarop we ons kunnen richten, dat laatste vrij naar Immanuel Kant. Een nieuw antwoord op de vraag ‘wat is tekst’ zou rekening kunnen houden met de waarde van hardop lezen, memoriseren, en debatteren op basis van actieve kennis. De seculiere universiteit kan hier wellicht iets leren van religieuze tradities.

Eric Ottenheijm

Foto voorkant blog:Yamasztuka publishing license: Creative Commons Attribution-Share Alike 4.0 International Titel: Florida Textbook Ban 2023