Blogs en video's
What’s in a name? Of: hoe je oppositie monddood maakt
In veel Arabische landen is de Moslimbroederschap verboden. Arabische dictators schilderen deze organisatie, die in 1928 in Egypte werd opgericht, vaak af als gevaarlijk. In Jordanië was dat lange tijd anders. Daar heeft de Moslimbroederschap sinds 1945 in vrijheid mogen bestaan. Toch is de Moslimbroederschap daar inmiddels ook verboden. Wat is er aan de hand in het voorheen relatief tolerante Jordanië?
Slechte naam
De Moslimbroederschap heeft een slechte naam. De groep houdt zich sinds haar oprichting bezig met politieke, maatschappelijke en religieuze activiteiten. Westerse critici proberen de Moslimbroederschap echter vaak te koppelen aan terrorisme. Sommigen roepen zelfs op tot een verbod op de organisatie. De regering van de Amerikaanse President Donald Trump heeft de Moslimbroederschap recentelijk ook tot terreurorganisatie verklaard. Hoewel diverse deskundigen al hebben laten zien dat dit niet klopt (zie bijvoorbeeld hier), blijft deze aantijging bestaan.
De beschuldiging dat de Moslimbroederschap gevaarlijk is, komt Arabische dictators goed uit. Zo kunnen ze deze organisatie, die eigenlijk de enige serieuze oppositie vormt tegen hun regimes, namelijk in diskrediet brengen. Tot voor kort was dat in Jordanië echter anders. Daar mocht de organisatie aanvankelijk niet alleen bestaan, maar kreeg ze zelfs voorrang boven andere politieke groepen. De reden hiervoor was dat de Moslimbroederschap het regime in Jordanië steunde tegen diverse bedreigingen van buitenaf. Vanaf de jaren 80 veranderde de Moslimbroederschap van steunpilaar in oppositiepartij, maar bleef de relatie goed.
De naam “Moslimbroederschap”
De aanslagen van 11 september 2001 in Amerika lieten ook Jordanië niet ongemoeid. Het regime bood Amerika steun aan in diens oorlog tegen terrorisme en kreeg zelf ook grote aanslagen van al-Qaida te verduren. Hoewel de Moslimbroederschap niets met dit geweld te maken had en het veroordeelde, dacht Koning ‘Abdallah II (r. 1999-…) daar anders over. Hij en zijn regime gingen de Moslimbroederschap steeds meer als veiligheidsrisico zien, terwijl daar geen directe aanleiding voor was. Deze verslechterende relatie uitte zich in incidentele arrestaties van Moslimbroeders en maatregelen om hun invloed te beperken.
In 2014 ging het nog verder bergafwaarts met de relatie tussen het Jordaanse regime en de Moslimbroederschap. Toen splitste een pro-regime deel van de organisatie zich af en noemde zich ook “Moslimbroederschap”. Het regime greep vervolgens zijn kans. Er waren nu twee organisaties onder dezelfde naam en dat was volgens de wet niet toegestaan. Bovendien stelde het regime dat de oorspronkelijke Moslimbroederschap haar vergunning sinds 1953 niet had vernieuwd. De organisatie vocht dit weliswaar aan, maar de rechtbank gaf haar geen gelijk. In 2019 werd de Moslimbroederschap in Jordanië dan ook ontbonden. De nieuwe organisatie uit 2014 draagt sindsdien de naam “Moslimbroederschap”.
Geweld in naam van de Moslimbroederschap?
Dit leek het einde van de Moslimbroederschap in Jordanië, maar het verhaal ging nog verder. In april 2025 maakte de Jordaanse veiligheidsdienst namelijk bekend dat het diverse Moslimbroeders had opgepakt. Zij zouden zich schuldig hebben gemaakt aan het verzamelen van wapens om een aanslag te plegen. Het bleef echter vaag tegen wie men die aanslag gericht had en wat hun band met de Moslimbroederschap was.
Het leiderschap van de organisatie ontkende haar betrokkenheid in alle toonaarden. Een aanslag lag dan ook totaal niet in lijn met het beleid van de Moslimbroederschap, die juist altijd vreedzaam te werk ging. Ook als deze mensen inderdaad schuldig waren, hadden ze dan in naam van de Moslimbroederschap gehandeld? Zo ja, betekende dit dat de hele organisatie schuldig was? Volgens het regime wel: het verbood de Moslimbroederschap in 2025.
Geen islam in de naam
Verder dan een verbod leek het niet te kunnen gaan, maar er was altijd nog het Islamitisch Actiefront (IAF). Deze politieke partij werd in 1992 opgericht om de Jordaanse Moslimbroederschap in het parlement te vertegenwoordigen. Vanwege de nauwe banden met de Moslimbroederschap kreeg ook het IAF te maken met repressie. Toch bleef deze partij grotendeels buiten schot. Als zodanig bleef het gedachtengoed van de Moslimbroederschap in ieder geval in het parlement bestaan.
Toen kwam in januari 2026 het Amerikaanse besluit om de Moslimbroederschap tot terreurorganisatie te bestempelen. De Jordaanse regering reageerde hier direct op door te stellen dat de Moslimbroederschap in Jordanië al verboden was. Wellicht was dit echter nog niet genoeg voor het regime, want nu was ook het IAF aan de beurt. Zij was weliswaar geen terreurorganisatie, maar moest wel het woord “Islamitisch” uit haar naam halen. De partij stribbelde hierop weliswaar tegen, maar in april 2026 veranderde ze dan toch haar naam. Het IAF heet sindsdien de Umma (Gemeenschap) Partij.
Zo heeft het Jordaanse regime de Moslimbroederschap in de afgelopen jaren dus eerst laten vallen voor een loyalere naamgenoot. Daarna heeft het de organisatie verboden omdat in haar naam zogenaamd een aanslag zou worden voorbereid. Tenslotte moest – onder het mom dat partijen geen religieuze titel mochten dragen – ook het IAF haar naam veranderen. Dit beleid toont aan hoe de Jordaanse staat zijn bureaucratische middelen inzet tegen politieke tegenstanders. In vergelijking met wat er soms in andere landen gebeurt lijkt dit weinig voor te stellen. Er zijn immers geen mensen bij omgekomen. Toch heeft dit beleid er wel toe geleid dat de belangrijkste politieke oppositie in Jordanië inmiddels monddood is.
Joas Wagemakers is universitair hoofddocent Islam & Arabisch aan de Universiteit Utrecht. Afbeelding: Het logo van de Moslimbroederschap met een verbodsbord ervoor (Wikimedia Commons).